In een brief van mr. P. J. Somer aan mijn vader van 10 juli 1939 schrijft hij o.a.:
"Naar de sensatie over den stamboom ben ik zeer nieuwsgierig. Dat de Somers uit Denemarken zouden stammen, berust alleen op de familie overleveringen. Onmogelijk is het niet. Ik ben met mijn onderzoekingen nooit verder gekomen dan Willem van Somer den tamboer - majoor van de schutterij te Zwolle ± 1750. Hij was geboren vond ik in zijn request aan de vroedschap van Zwolle in Coevorden. In de doopboeken van Coevorden heb ik lang genoeg gesnuffeld. Uw broer Jan was een paar weken geleden toevallig bij mij op bezoek. Zij hadden hem in die doopboeken thans opgeschommeld beweerde hij. Ik begrijp wel welken snuiter ze daarvoor houden, maar ik heb er destijds een vraagteken bijgezet en hem niet als voorvader willen erkennen.
In ieder geval staat vast dat Willem Somer in Coevorden het levenslicht aanschouwde en maakt de Deensche afstamming aannemelijker. De familie overlevering spreekt namelijk van een Deens officier, genaamd Sommern en Coevorden was in den tijd der huurtroepen een vesting."
Klik voor een vergroting van deze gehele brief hier
Wat die sensatie over de stamboom inhoudt is niet duidelijk en niet bekend. Mogelijk de Jan Somer die "opgeschommeld" is in Coevorden? Dat Willem Somer ± 1750 in Zwolle tamboer majoor zou zijn geweest lijkt zeer onwaarschijnlijk gelet op het feit dat Wilhelm Somer volgens de doopboeken van Coevorden aldaar is gedoopt in 1736. Ook is een dergelijk request niet gevonden. Wel is er een verzoek tot het verkrijgen van burgerrechten waarin Willem Somer aanduidt dat hij Gereformeerd is en uit Coevorden komt. De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat deze Wilhelm Somer de Willem Somer is die in Zwolle in 1769 uit het niets opduikt. Mr. P. J. Somer heeft Jan Somer niet willen erkennen als voorvader maar geeft jammer genoeg niet aan waarom.
In een lidmatenboek van de kerk zijn o.a. gegevens te vinden over de verplaatsingen van gemeenteleden. Vertrok een gezin of persoon naar een ander woonplaats dan kreeg hij een attest mee van de kerk. Met dit attest kon men zich melden bij de kerk in de nieuwe woonplaats. Wilhelm Somer moet op enig moment Coevorden verlaten hebben. In het lidmatenboek van Coevorden is dit vertrek niet geregistreerd. Ook een vertrek van Jan Somer is niet gevonden.
Ik maak nu een sprong naar de huwelijksakten en bijlagen van drie van zijn kinderen die na 1811 zijn getrouwd cq hertrouwd.
Allereerst Margaretha Berendina Somer die op 23 oktober 1817 trouwt in Zwolle met Hendrik Argelo. Dan Willem Somer die op 14 januari 1821 in Hasselt trouwt met Jantje Drost. En ten slotte Elsjen Somer die op 2 mei 1816 in Zwolle trouwt met Roelof Vos.
In al deze akten en bijlagen wordt steeds aan de Somer 's de vraag gesteld wie hun grootouders van vaders zijde zijn. Waar ze gewoond hebben en waar ze begraven zijn. In alle gevallen wordt deze vraag door hen beantwoord met "dat zij dat niet weten".
In de huwelijksakte van Willem Somer en Jantje Drost verklaart Willem onder ede dat hem de plaats van overlijden of de laatste woonplaats van zijn grootouders van vaders zijde niet bekend zijn.
Uit deze akten blijkt verder dat zij wel wisten wie de grootouders van moeders zijde waren. Dit is toch merkwaardig. In elk gezin wordt toch regelmatig gesproken over de grootouders, ook al zijn ze overleden en hebben de kinderen ze niet gekend. Kennelijk was dit in de familie Willem Somer geen thema.
Het kan zijn dat Jan Somer overleden is toen Willem Somer nog een kind was waardoor hij zijn vader amper gekend heeft. En dat hij het daarom ook nooit over zijn vader en moeder heeft gehad. Simenon zegt in zijn roman "De Anderen" over de vrouw van de hoofdpersoon: "Zij heeft het nooit over haar vader omdat zij die verloren heeft toen zij een jaar of tien was. Zij leefde alsof ze nooit kind was geweest, geen jeugd heeft gehad. Nooit zal ze zeggen: "toen ik nog klein was.." Of "ik had vroeger een oom die..." Dat verleden had zij uit haar geheugen gebannen, waarschijnlijk omdat het allemaal te pover was."
Het kan ook zijn dat Willem Somer een "vondeling" is en Jan Somer zijn adoptief vader.
De naam Wilhelm, die Jan Somer hem bij de doop geeft kan hier op wijzen. Het zou dus mogelijk kunnen zijn dat Wilhelm de zoon is van een Deens officier die gelegerd was in Coevorden. En misschien is dit laatste punt dan de kern van het verhaal dat in de toenmalige familie Somer de ronde deed. Wat tegen de vondeling gedachte ingebracht kan worden is het feit dat hij zijn eerstgeborene Jan noemt.
Dit kaartje is een plattegrond van Coevorden met daarop aangegeven de Friesestraat, de Sallandsestraat, de Bentmerstraat en de Riesestraat.
Jan Somer woonde in 1743 in de Sallandsestraat in het huis van Wilm Tarel en het huis is genummerd 441 midden in het blauwe blok links.
Met uitzondering van de Friesestraat, de chique straat, woonde Jan Somer in al deze straten. (Collectie Brand Drents archief).
Het Haardstedengeld register van de stad Coevorden geeft de volgende gegevens prijs: Jan Someren, saedelaar, half huis. Eigenaar van dit huis is Wilm van Tarel. Twee paarden. In de andere helft van het huis woont Gerrit Alberts en dat huis is zijn eigendom. Jan Somer woont in de stad aan de Sallandsestraat in het rot van Burgemeester Jan Wildrik.
Formeel is het Haardstedengeld een soort huisgeld, een door elk huis op te brengen belasting. Van belang is dat men een "huis" heeft en de "grootte" van dat huis wordt bepaald door het aantal paarden dat men heeft. Het aantal paarden is in eerste instantie bepalend voor de te betalen belasting. Per paard 1 carolus gulden. Deze registers worden in de jaren 1672, 1691 - 1694 en 1744 en vanaf 1754 tot en met 1804 elke tien jaren aangelegd. Coevorden kent de volgende registers 1691, 1692, 1694, 1697, 1742, 1743, 1745, 1754, 1764, 1784, 1794, 1804.
Daarnaast bestaat er jaarlijks een lijst met opgaaf van wie wat moet betalen aan haardstedengeld. In het register van 1743 is het aantal huizen geteld. In de stad zelf zijn dit 188 en buiten de stad 39.
Hieronder volgt een opgaaf van de aanwezige haardstedengeld lijsten waarin Jan Somer voorkomt:
1. |
Inning 2 juli 1733 geen Jan Somer. |
2. |
Inning 8 juni 1734 Jan Somer woont aan de Bentmerstraat, saedelaar, 1 carolus gulden en 10 stuivers. |
3. |
Inning 1735 Jan Somer woont aan de Bentmerstraat, saedelaar 1 carolus gulden en 10 stuivers. |
4. |
Inning 1736 Jan Soomer woont aan de Bentmerstraat, saedelaar 1 carolus gulden en 10 stuivers. |
5. |
Inning 1737 Jan Somer woont aan de Bentmerstraat, saedelaar 1 carolus gulden en 10 stuivers. |
6. |
Inning 1738 Jan Somer het rot Ooster Riese en Kerkstraat, saedelaar 1 carolus gulden en 10 stuivers. |
7. |
Inning 1739 Jan Somer woont aan de Sallandsestraat, saedelaar 1 carolus gulden. |
8. |
Inning 1740 Jan Somer woont aan de Sallandsestraat, saedelaar 1 carolus gulden. |
9. |
Inning 1741 Jan Somer woont aan de Sallandsestraat, saedelaar 2 carolus gulden. |
10. |
Inning 1742 Jan van Someren woont aan de Sallandsestraat, saedelaar 2 carolus gulden. |
11. |
Inning 31 mei 1743 Jan van Someren woont aan de Sallandsestraat, saedelaar 2 carolus gulden. |
12. |
Inning 1 juli 1744 Geen Jan Somer meer. |
Jan Somer blijft in gebreke het haardstedengeld te betalen in 1740 voor f 1,00; in 1741 voor f 2,00 en 1743 voor f 2,00. In een stuk van 19 januari 1745 wordt gesproken over het kwijtschelden van deze bedragen.
Op grond van deze registers moet Jan Somer tussen 2 juli 1733 en 8 juni 1734 in Coevorden zijn aangekomen. Een nauwkeurig onderzoek van het lidmatenboek van de Nederduits Gereformeerde Kerk Coevorden over deze periode levert het volgende op.
5 december 1734 meldt het volgende groepje personen zich uit Emden met hun attesten bij de Nederduits Gereformeerde Kerk Coevorden: de heer Capitein Luitenant Hachijn; de heer vaandrig Grimnius; Dirck Schutten; Casper Gramer; Jan Somar(n) of Jomar(n); Numidius Meijer en Elisabeth Alegonda Meijers.
Hoewel de schrijfwijze van de naam van Jan Somer hier zeer obscuur is zou het toch mogelijk kunnen zijn dat dit Jan Somer is. Daarvoor kunnen de volgende argumenten worden aangevoerd:
Deze notitie in het lidmatenboek spoort in de tijd met het opduiken van de naam Jan Somer in de registers van het haardstedengeld.
Jan Somer moet militair zijn geweest. Hij is namelijk geen burger van de stad Coevorden en oefende toch een beroep uit in de stad. Dit was alleen aan militairen toegestaan.
Jan Somer geeft bij de doop zijn zoon een Duitse naam. Dit zal de naam van zijn vader zijn geweest: Wilhelm.
In dit verband is ook onderzoek gedaan in de Oude Staten Archieven van Drenthe respectievelijk de Monsterrollen en de Sterkte staten van het leger. In de Monsterrollen is niets te vinden maar in de Sterkte staten mogelijk een aanknopingspunt. De Capitein Luitenant Hachijn en de vaandrig Grimnius worden hier namelijk genoemd. Zij zijn volgens één van de staten tot 6 mei 1733 in Emden gelegerd, zij kunnen daar langer geweest zijn want de staten zijn niet compleet. Op de volgende staat zijn beide vanaf 11 februari 1734 gelegerd in Coevorden. Van 7 mei 1737 tot 30 juli 1743 zijn zij gelegerd in Groningen en daarna in Breda. Het gaat hier om het regiment van Z. H. de Prins van Oranje en Nassau.
Het kan dus zijn dat Jan Somer in dit regiment heeft gediend. Hij is dan na zijn huwelijk en de geboorte van zijn zoon Wilhelm niet verder meegetrokken.
Waarom hij dan toch nog zijn beroep in de stad mocht blijven uitoefenen, geen burger zijnde en ook geen militair meer, is dan niet duidelijk.
Dan is er de vraag met wie is Jan Somer getrouwd? In de registers op de trouwboeken van het Drents Archief Assen komt Jan Somer niet voor. Bij het raadplegen van een kopie van het originele trouwboek staat de volgende notitie tussen de datum 4 maart 1735 en 11 april 1735: "In desen tyt zijn er verscheiden getrouwt, die hen niet hebben laten intekenen en niet hebben gewilt." Wilhelm is 8 juli 1736 gedoopt. Dus een huwelijk van Jan Somer kan in deze periode hebben plaats gevonden.
Een citaat: "In Coevorden kwamen ook enkele tientallen lutheranen voor vanwege de vestiging van militairen van Duitse afkomst. Over het algemeen bezochten de lutheranen trouw de diensten in de hervormde kerk. Problemen ontstonden alleen bij de bediening van de doop en de viering van het heilig avondmaal. Om toch deel te kunnen nemen aan deze sacramenten bezochten de Coevorder lutheranen meestal lutherse gemeenten in het graafschap Bentheim. Het hoofdbezwaar van de lutheranen richtte zich tegen de verklaring dat men de leer van de hervormde kerk voor de waarachtige en volkomen leer der zaligheid hield en tegen de belofte "het kind als deze tot zijn verstand zal gekomen zijn, in gemelde leer naar zijn vermogen te onderwijzen en te doen onderwijzen."
In 1782 trof het Coevorder stadsbestuur een regeling met de commandant van het garnizoen die het mogelijk maakte om in de hervormde kerk diensten voor lutherse militairen te houden. Hen kon zodoende voortaan worden belet om in Duitsland de kerk te bezoeken, waardoor desertie werd voorkomen. Bovendien kon de lutherse voorganger de sacramenten volgens eigen opvatting bedienen." Tot zover dit citaat uit het boek "Uit Drenthe's veste, Geschiedenis van Coevorden", Groningen 1998, p. 163 t/m 165).
Mogelijk is Jan Somer luthers geweest. Het feit dat hij uit Emden zou komen spreekt daarvoor. Waarom hij dan toch Wilhelm in de Nederduits Gereformeerde kerk laat dopen is dan niet duidelijk.
Een mogelijkheid zou zijn dat Jan Somer voor de Schulterechter is getrouwd. Onderzoek in de archieven van de Schulterechter Coevorden levert niets op.
Omdat Jan Somer in genoemd lidmatenboek aangaf uit Emden te komen zijn de doopboeken van de Evangelisch Reformierte Kirche Emden over de periode 1690-1720 onderzocht. Hierin zijn geen gegevens over Jan Somer of andere Somers gevonden. Het feit dat hij uit Emden is gekomen betekent natuurlijk niet dat hij daar ook geboren en gedoopt is.
Verder is niet uit te sluiten dat Jan Somer tussen de data van de haardstedenregisters 1743 en 1744 is overleden. In het begrafenisboek van de Gereformeerde Kerk Coevorden komt Jan Somer niet voor. Er is vervolgens een groot deel waarin opgenomen de personen die naamloos zijn begraven. Dit zijn doorgaans soldaten en zij die door de Diaconie zijn begraven.
Van een eventueel overlijden van Jan Somer is mogelijk een bevestiging te vinden in een akte van voogdij bij de eerder genoemde Schulterechter. Ook nu was hierover niets te vinden. Dit betekent niet dat de mogelijkheid van overlijden in 1743/1744 moet worden uitgesloten. Over de zoek periode 1734 tot 1744 is namelijk amper informatie te vinden. Het is precies een periode waarin veel gedeelten van de archieven van de Schulterechter en ook andere archieven niet aanwezig zijn.
Omdat Jan Somer militair is, is contact gezocht met het Nationaal Archief te 's Gravenhage. Hieruit komen de volgende gegevens:
"Er zijn van vóór 1795 bijna geen stamboeken bewaard gebleven: zo'n 20 in totaal van de 18 eeuw. De collectie is zoveel mogelijk aangevuld met rangeerlijsten, rekrutenlijsten etc., die veel minder informatie geven als een stamboek. In de database Staatse militairen 18e eeuw komt Somer niet voor. Somers komt een kleine 20 keer voor en (van) Someren 2 keer.
Er zijn er een paar bij met de voornaam Jan. Deze zijn echter allemaal van een veel latere periode (rond 1770-1780) dus dat kan niet de goede zijn. In het algemeen kan gezegd worden dat de kans op succes zeer klein is vóór 1770. De weinige bewaard gebleven stamboeken, rekrutenlijsten, etc. van de collectie Militaire registraties staatse militairen voor 1795 betreffen voor verreweg het grootste gedeelte alleen de periode 1770-1795."
Ook dit levert dus geen nieuwe gezichtspunten op.
Er is wel meer materiaal beschikbaar gekomen over Jan Somer maar er zijn veel essen-tiële zaken niet bekend.
Het grootste probleem bij het onderzoek is dat niet bekend is waar hij geboren is waardoor een gericht onderzoek onmogelijk is. Hierover had het trouwboek uitsluitsel kunnen geven. Op dit punt zit het onderzoek muurvast.
Het zal nagenoeg onmogelijk blijken om te achterhalen waarheen Jan Somer tussen 1743 en 1744 is vertrokken dan wel of hij is overleden.
En dan zijn er nog de opmerkingen van Margaretha - Willem - en Elsje Somer. Zij verklaren staande hun huwelijkssluiting niet te weten wie hun grootouders van vaders-zijde zijn. Ook weten zij niet zij begraven zijn en waar zij gewoond hebben.
Is Jan Somer met de noorderzon vertrokken. Waar komt Willem Somer vandaan toen hij zich in Zwolle vestigde. Het lidmatenboek van de Nederduits Gereformeerde kerk aldaar kan hierover mogelijk uitsluitsel geven.
Kortom wat voor geheimen omringen deze Jan Somer uit Coevorden?
Anderzijds bestaat de mogelijkheid dat Jan Somer niet de lijfelijke vader van Wilhelm Somer is maar zijn pleegvader. Is Wilhelm misschien dan een buitenechtelijk kind van bijvoorbeeld een Deens officier?
Assen, juli 2006
© Somer.