Bij deze tweede uitgaaf, ter inleiding, een enkel woord slechts. Nauwelijks zag Ongeloof en Revolutie het licht, toen de Revolutie van 1848 over Frankrijk en Europa losbrak.
De tekst is nagenoeg onveranderd doch in de Aantekeningen heb ik getracht, onder verwijzing naar mijn latere geschriften, winst te doen met de ervaring van een twintigjarig bij uitnemendheid revolutionair tijdvak.
Aldus zal kunnen blijken dat mijn overtuiging, in de hoofdgedachtc ener christelijk-historische of anti-revolutionaire wereldbeschouwing, niet slechts dezelfde gebleven, maar versterkt is. De Moderne Maatschappij, met al haar uitnemendheden, in de dienstbaarheid der ongeloofstheorie geraakt zijnde, wordt telkens meer verleid tot stelselmatige verloochening van den levenden God.
Juli 1868.
Gr.v.Pr.