..."Ik kreeg het
volk in Zuid - oost Drenthe lief, zo vaak verkeerd beoordeeld en
daardoor vooral in de laatste tijd in een richting gedrongen,
waarvoor het niet rijp was. Wie het volk hier kent, weet, dat als
er niet te vroeg wordt ingegrepen, een schat aan verborgen
energie en geestelijk vermogen, een maatschappelijk en geestelijk
bloeiende toekomst waarborgt"......
Deze woorden, die de heer W. de Weerd, evangelist bij de
Hervormde Bondsevangelisatie te Klazienaveen, nog niet zo lang
geleden neerschreef in het door hem geschreven boek "Gevangen
Visschen", getuigen van de toewijding en de liefde welke hem
bezielen bij zijn werk van vertroosting en bemoediging, in een
omgeving die dit zozeer van node had.
Een arbeid, die de heer de Weerd thans gedurende 30 jaar heeft
verricht met blijmoedigheid in Gods kracht, met volharding
ondanks allerlei. Een moeilijke zware arbeid niet licht naar
waarde te schatten.
Zondag 1 april 1934 was het precies 30 jaar geleden dat de
heer W. de Weerd zijn ambt van evangelist te Klazienaveen
begon.
Dit was voor ons gezien de bekendheid, die hij zich verwierf in
de loop der jaren, een gerede aangelegenheid om eens een praatje
te maken met de "domeneer van turfland".
Hartelijk werden wij zaterdag, na een tocht door de veenderijen
binnengelaten in het aardige vriendelijke huisje naast het mooie
vredig kerkje.
Groot was echter de verwondering van de heer des huizes, toen we
het doel onzer komst mededeelden.
Hoe kan nu één sterveling weten dat ik morgen hier
dertig jaar ben. Ik geloof zelfs niet, dat mijn vrouw en kinderen
er iets van afweten. Ik had gedacht morgen in de avonddienst er
even aan te herinneren en verder basta! zo deelde hij ons
mee.
spoedig bleek echter wat een gezellig causeur de heer de Weerd is
en eveneens wat voor goede gastheer hij is voor een ongenode
gast.
Hij vertelde van zijn komen naar Klazienaveen, waar te midden van
een grote wildernis ene klein houten kerkje stond. Direct heb ik
mij toen tot ideaal gesteld: Ik blijf totdat hier een kerk is
gesticht. En dit is me dan tenslotte gelukt, mede dankzij de
gelden, die ik door het schrijven van mijn boeken
verdiende.
Hoe kwam u eigenlijk op het idee om te schrijven? Was onze
vraag.
Och dat waait je zo aan, was het wederwoord. Ik heb altijd de
gewoonte of de neiging gehad alle bijzondere voorvallen, die ik
tegen kwam op te tekenen. En toen ben ik op een gegeven moment
gaan schrijven, om de over het algemeen onbekende toestanden, die
hier heersten, eens in wijder kring bekendheid te doen
verwerven.
Hoe ging het toen verder met het stichten van een kerk, zo
vroegen we verder.
Ja, zei de heer de Weerd, langzamerhand kwam het zover, dat ik
met behulp van de maatschappij Klazienaveen een kerk kon bouwen.
Dat was in 1923.
Maar een paar jaar later - en hier betrok eventjes het gelaat van
onze gastheer - trok het volk hier weg naar Heerlen, Velsen,
Eindhoven enz.
Dat is voor mij een heel pijnlijke tijd geweest. U moet
begrijpen, Ik had net zo'n gevoel als een kip, die eendeneieren
uitgebroed heeft en die vanaf de waterkant zijn jongen ziet
wegzwemmen.
Wel, wel, ze hebben jou ook in de krant gezet, zegt onze
vriendelijke gastvrouw, die glimlachend binnentreedt met een
opengeslagen "Zuid Ooster" in de hand en ons even later een
heerlijk geurend en dampend kopje koffie offreert.
Het is mij een raadsel, betuigt onze evangelist nogmaals zijn
verbazing.
Het is niet geworden wat ik gehoopt had, zegt de heer de Weerd,
na dit kleine intermezzo de draad van het gesprek weer opvattend.
En nu zijn de omstandigheden van dien aard, dat ik de kerk liever
wat kleiner had en het verenigingsgebouw wat groter. Weet u wat
zo gek is? Ik heb me gespiegeld aan de omgeving. Zo had ik
opgemerkt, dat men bijvoorbeeld in Barger - Oosterveen een kerk
had gebouwd die tenslotte te klein bleek te zijn, zodat er
telkens weer wat uitgebreid moest worden, En toen dacht ik bij
mezelf: Ik preek net zo lang door, al is het ook in een schuur,
tot ik tenminste een flinke kerk kan neerzetten. Maar het is niet
gegaan zoals ik had gedacht. Ik heb nu een flinke kerk en geen
mensen. Maar je kunt nu eenmaal de historie niet voorzien.
Zo vanzelf kwam het gesprek op de mentaliteit van de mensen,
waaronder de heer de Weerd werkt en over de houding die deze ten
opzichte van de dienst van God innemen.
U zult zo langzamerhand de mensen wel hebben begrepen, vroegen
wij.
Dat is ook nog niet zo gemakkelijk werd ons verteld. Want iedere
keer dast je denkt dat je je mensen kent, kom je weer voor
verrassingen te staan. En och, wanneer ontdek je eigenlijk
jezelf. U moet bovendien niet vergeten dat hier een ontzaggelijk
verschil is tussen de mensen. Ze komen uit allerlei streken. De
bevolking hier heeft geen eigen geschiedenis, niet
één geest niet één sfeer.
Uit het verder wat onze gastheer ons vertelde bleek maar al te
duidelijk dat hij altijd in de weer is. Hij is voorzitter van de
Groene kruis afdeling, bemoeit zich met allerlei buurtdingen,
strekt zijn werk uit tot in de werkverschaffing. En wat heb ik al
niet moeten schrijven, zo voegde hij er aan toe.
Het gesprek kwam tenslotte nog op de benarde toestanden, waarin
de Veenkoloniën verkeren en onbevangen sprak de heer de
Weerd zijn kritiek uit over verschillende regeringsmaatregelen,
zoals ook in hittigheid des toorns zijn "Praatjes en plaatjes uit
Drenthe" schreef. Hij toch weet, wat er in de harten van zijn
volk leeft en kent na 30 jarige praktijk bij uitstek de noden en
behoeften van zijn streek.
Hebt u nog plannen voor de toekomst wat betreft het
evangeliewerk, zo was onze laatste vraag.
Ik ben van plan hier rustig te blijven en door te werken aan de
volmaking van mijn werk., was het antwoord. Mijn ideaal voort de
toekomst is om hier een Hervormde gemeente te krijgen.
Rustig doorwerken met blijdschap in Gods kracht, maar ook
energiek doorzetten met ware ernst zijn levenswerk; dit typeert
de persoonlijkheid van de evangelist de Weerd.
Ik duld geen prutswerk waar het gaat om de hoogste en eeuwige
dingen, waren zijn woorden, toen hij ons tot slot rondleidde in
het mooie vriendelijke en gewijde kerkje.
En we namen slechts node afscheid van de man, die ons in enkele
ogenblikken sympathiek was geworden. Wij wensen hem nog vele
jaren toe.
Dit artikel is overgenomen uit de Provinciale Drentse en Asser Courant van 3 april 1934.